Brugse feesten

Om de zoveel tijd moet ik, een schrandere homo sapiens sapiens volgens intimi, iemand eens uitleggen wat de kracht is die voetbal op mij heeft. Ik begin dan steevast aan een mantra dat meandert van maatschappelijke relevantie over antropologie naar passie. Niet zelden vind ik het zelf wollig, geloof ik niet hoe ik hier weer mee ben weggekomen en schokschouder ik verder richting een wedstrijd tussen twee Europese subtoppers op een slechte stream. Met de boutade ‘passie, dat kan je niet verhalen’ waarmee ik mezelf legitimeer verslik ik me zelfs bijna in mijn pintje.

Dat die boutade wel degelijk kracht van waarheid heeft, bewees mijn thuisstad, herberg van een groot would-be-stad-complex en een doorgaans 89 minuten lang niet onverdienstelijke voetbalploeg. Het gebeurt niet zo gek vaak dat er in Brugge meer te beleven valt dan de obligate marktdag (zaterdag – wel de moeite) of een Festival van de Abnormale Film. Een en ander betekent dat het steevast uitkijken is naar een Europese thuiswedstrijd van blauw-zwart, niet in het minst omdat hooliganisme tot een relict uit een minder luisterrijk verleden verworden lijkt.

Half Brugge keek een vijftal weken geleden al op als Aboriginals naar een overvliegend vliegtuig toen een Lijnbus gevuld met Sloveense supporters zich naar Jan Breydel begaf. De komst van Birmingham City, Engels tweedeklasser maar als stad wel meer dan Vlaanderen als gewest ooit zal zijn, was dan ook een zelden gezien evenement in de binnenstad. De schrik zat er op voorhand alvast goed in. Termen als ‘Zulu Warriors’, ‘Britten in het buitenland’ en ’5000 à 6000 dronken acute allochtonen’ – dat laatste is het dubbel van het aantal permanente allochtonen dat ooit in Brugge verbleef, schat ik – deden de altijd bange burgemeester alvast terugdeinzen om een groot scherm voor de Britten zonder ticket te installeren, de cafédeuren bleven naar verluidt een avond lang gesloten. Brugge als oorlogsgebied, dat ik dat als post mei 1302 boorling nog mocht meemaken!

Het was dan ook met lichte ontgoocheling dat ik gisteravond, zo’n twee uur voor aanvang van de wedstrijd in het station op mijn bus stond te wachten. Enkel omringd door schoolkinderen leek het stilte voor een storm die nooit zou opsteken – hoe vaak zou kolonel Khadaffi zo gedacht hebben in de weken die gisteren voorafgingen? Pas bij het binnenrijden van de stad merkte ik ze op, de in het blauw getooide, bier hijsende, vrolijk lallende Engelsen, an sich niet zo verschillend van mijn eigen supportersschare op bezoek in pakweg Brussel. Hier en daar hing een vlag aan een beeld of fontein – doorgaans was dat gewoon een esthetische verbetering – Bruggelingen en Birminghezen (Birminghammers? Iemand een Myanmargrapje te maken?) bezongen hand in hand de haat jegens Anderlecht en Aston Villa, beiden ver van het schouwtoneel verwijderd.

De politie hield op gepaste afstand een oogje in het zeil, de vooravond had meer weg van Brugse feesten dan van een nakend Breydeldrama. De uitgelaten sfeer deed terugdenken aan Euro 2000, Brugge had voor het eerst in 11 jaar haar eigen stadsfeesten. Dat de thuisploeg verloor van wat uiteindelijk een schromelijk onderschatte tweedeklasser bleek, werd een voetnoot in de annalen. Als iemand me nog eens vraagt waarom voetbal fijn is, laat ik ze naar Engeland afzakken.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.