Half of what I say is meaningless, but I say it just to reach you

Daar zit je dan, om 10u. ’s ochtends, ruim drie uur eerder gewekt door een bont allegaartje van Springsteen – weer hij, Empire Of The Sun en Dan Auerbach. Schrijven over muziek gaat me vast beter af dan deze blog, maar de motivatie eraan ontbeert me even. Dat volledig terzijde. Ik dacht er een seconde lang aan om de NMBS voor de rechtbank te dagen, dit keer omdat ik de motoren van het toestel Oostende-Aarlen boven Billy Corgan’s Siva hoorde donderen. Het is maar een van de redenen waarvoor het spoormonopolie mijns inziens een dagvaarding verdient, maar geen enkele rechter die hierin meegaat. 

Een manifest gebrek aan interesse schotelde me een tweede en uiteindelijk derde zittijd voor het vak Nederlandse Taalvaardigheid, deel: spreekvaardigheid voor. Je moet Nick Delafontaine heten om een wedstrijd Kalmar-Gent interessanter te vinden dan een herexamen, maar gaat u even mee in mijn redenering. Tien uur ’s ochtends. Een obscuur klaslokaal waar de hoogzwangere assistente de banken zo heeft gepositioneerd dat je in een cirkel zit. Een cirkel! Om een debat te houden over eerst het gebruik van tussentaal op de Vlaamse televisie – ik geloof niet in Vlaanderen, nog in een debat erover, gevolgd daar een praatbarak over strafmaten voor topcriminelen. Hun inziens. Om tien uur ’s ochtends. In een cirkel.

Noblesse oblige om zeggen dat ik tijdens het eerste gesprekje niet thuisgaf. Veel verder dan een luid lachen  - wel in Algemeen Nederlands – bij een bewering over de accuraatheid van de overigens uitstekende blik op onze samenleving die Thuis elke werkdag weer is, kwam ik niet. Het tweede debat leek me veel interessanter, als ik toch punten moest rapen, kon ik het beter my way doen. Over criminelen heb ik altijd wel een mening gehad – dag Paul Marchal.

Helaas was Kim De Gelder – u kent’m wel, de malloot die het begrip ‘puberteit’ een volledig nieuwe invulling gaf door als een halve gek een peutertuin tot Badlands te herschapen – de casus van dienst, en bleek geen enkele student aan tafel het motto van onze alma mater onder ogen gekregen te hebben. ‘Durf Denken’ mag dan al een taalfout zijn, het maakt de slogan er niet minder mooi om. Uiteraard slikte iedereen het mondwater dat ‘doodstraf’ luidde door, daarvoor hebben ze al genoeg op hun gezicht gekregen, maar de onkunde en debiliteit die uit het half uur dat volgde drop, was zelden gezien. Ik communiceer thuis, terug in het veilige Brugge, met niemand die meer dan 4 jaar ASO achter de kiezen heeft, maar het gaat er een stuk hoogstaander aan toe. Hoewel beschaving en het vingertje de overhand namen, werden de geuitte meningen zo grotesk, dat ik zelfs ons normen – en waardensysteem van vrije meningsuiting op de helling zou plaatsen. 

Een uur later vroeg ik een vriend die de gave van het kritisch denken wel beheerst wat hij met Hitler had gedaan, als die Shakespeare’s talent had gehad. Hij lachte mijn opmerking weg, en ging verder met het lezen van Churchill.