Cuba Libre
Bij het aanschouwen van de titel zou je met graagte een post verwachten over een democratische beweging die de hegemonie van de Castro’s aan banden legt. Niets is minder waar, het limbo waar ik gisteren anderhalf uur van mijn aflopende leven verspeelde, bracht niemand voor die Raul Castro in de krochten van zijn geest terug kon vinden. Het werd desalniettemin een belevenis die me lyrisch maakte.
Al bij het binnenkomen – je moet eerst een vervaarlijk uitziende maar nauwelijks dreigende portier voorbij – merk je in welke club je zit. Elk nummer kan je meelippen, doch van geen enkel kan je je herinneren er ooit bewust naar geluisterd te hebben. Bij het enige folkloremoment sta je te preken in de woestijn. De mensen die het huis frequenteren zijn makkelijk op te delen in twee categorieën. Gewillige vrouwen die zichzelf rond palen, lichamen en asbakken kronkelen om zo wulps mogelijk over te komen en lelijke semi-analfabeten die hopen dat gedrag te belonen met een enkeltje slaapkamer. Werkelijk niemand vormt een uitzondering. Het gedrag is hetgeen je kan verwachten van een groep seksueel gefrustreerde laattieners en puistige twintigers. Geen mening over het ontmijnen van het Midden-Oosten, de parlementaire onderzoekscommissie of het concert van Metallica enkele tientallen kilometer verderop. Luidkeels worden voetballiederen afgewisseld met racistische grootspraak, niet omwille van enige xenofobie, veeleer om indruk te maken op het gild vrouwen dat geen indruk nodig heeft.
Het is een verloren generatie – de zoveelste al – die, dan wel met mooi diploma en dito wagen, aan veel te hoge snelheid de rand van de maatschappij bewandelt. Een rand die steeds dikker wordt, als ware het de korst van de PizzaHutpizza die men zo smakelijk verorbert alsof het een driegangenmenu van Frank Fol voorstelde. Je moet verzuurd zijn om er dit stukje tekst aan te wijden, maar het verzekert je alvast van wat gratuit zelfrespect waar je al wekenlang zo wanhopig naar op zoek bent.