web
Het mag – alvast voor zij die me de afgelopen twee dagen hebben gesproken – niet verbazen dat deze blogpost er vandaag komt. Mijn lichte aversie tegenover het fenomeen internet en de al iets grotere walging die ik verdruk bij het communiceren via deze weg is al langer gekend, nu heeft ze ook pragmatische redenen.
De tijd van de grote moraalridders ligt ondertussen zowat dertig jaar achter ons. Ik heb dan ook op geen enkel moment de intentie mezelf in een traditie die ik zo hartgrondig verafschuw dat ze aan de basis van enig misprijzen jegens taal en regio ligt, te plaatsen waar ik zeker niet achtersta. Maar het is een ziekte van deze tijd dat simpele waarheden en ‘de goede zaak’ enkel nog lachers op hun hand krijgen. Wat ik hier meen te moeten verkondigen is noch een waarheid, noch een goede zaak. Maar sta er even bij stil.
De laatste maanden krijg ik meer mails dan brieven – het tegendeel zou verbazen en bedroeven – ,meer smsen dan bezoekjes. Daar is op zich niks mis mee – het verbaast me nu al hoe vaak ik tegengas geef. Wel problematisch wordt het mijns inziens als online communicatie als een surrogaat of zelfs superieure vorm van een alledaags gesprek met pint wordt gezien. Ik hoef ze niet, de mensen die zo aimabel zijn achter hun scherm, doch achter een verloren verkeersbord wegduiken eens je ze in het straatbeeld tegenkomt. Wat me selbsverständlich bij de vraag brengt in hoeverre ik zelf op deze manier ageer. Best tot op zeker hoogte, maar het is nooit een bewust streven.
Als de tijd uitwijst dat deze post er enkel door het momentum is gekomen – ze is er zeker door bespoedigd – gelieve daar dan ook rekening mee te houden als je ze classificeert. Ik ga nog wat Lily Allen, Hooverphonic of Kings Of Leon luisteren, ook dat is graag zien.